Nieuwsbericht

Woensdag, 14 december 2011

2e BNA Onderwijsdebat in teken van toekomst en kwaliteit

2e BNA Onderwijsdebat in teken van toekomst en kwaliteit

De selectie van studenten op kwaliteit en motivatie, daar zijn onderwijs en beroepspraktijk echt mee gebaat. Daarover was weinig verschil van mening tijdens het 2e BNA Onderwijsdebat over de aansluiting van onderwijs en beroepspraktijk. Het debat vond op 9 december plaats in het NAi. In het publiek waren architecten, docenten en onderwijsmanagers ruim vertegenwoordigd. Samen gaven zij het debat vorm waarin toekomst en kwaliteit de leidende thema's waren.

“We besteden nu”, zo verzuchtte een docent, “te veel tijd aan het er doorheen slepen van zwakke studenten, dat gaat ten koste van de aandacht voor de goede studenten.”

Een goede selectie zou de discrepantie verminderen tussen het aantal afgestudeerden dat in de architectenbranche werk hoopt te vinden en de te verwachten behoefte aan instroom in de beroepspraktijk. Het onderwijs kan zijn energie dan steken in de opleiding van werkelijk gemotiveerde en talentvolle jonge mensen. Dat komt het niveau alleen maar ten goede. Vanuit het onderwijs gaf men aan dat het taboe op selectie niet meer bestaat. Er wordt aan gewerkt, weliswaar nog op experimenteel niveau.

Opdoen van praktijkervaring
Over andere onderwerpen bleek minder overeenstemming te bestaan. De gemoederen liepen soms hoog op. Bijvoorbeeld over de inhoud en organisatie van de tweejarige beroepservaringperiode en de eventuele vrijstelling daarvan voor afgestudeerden van de Academies van Bouwkunst. Er blijkt nog wat zendingswerk te verrichten voordat de wettelijk verplichte beroepservaring in 2015 zijn beslag kan krijgen.

Een bron van zorg is het gebrek aan stage-, beroepservaring- en werkplaatsen bij architectenbureaus, veroorzaakt door de barre economische tijden. Dit is zeker voor de Academies van Bouwkunst een probleem. Het ziet er niet naar uit dat er snel verbetering in zicht is. De urgentie wordt door iedereen erkend, maar echte oplossingen hebben zich niet aangediend.

Perspectieven
Kennelijk onvermijdelijk in een ontmoeting tussen onderwijs en beroepspraktijk zijn verwijten en verwijtjes over en weer. Zo kregen de mensen uit de beroepspraktijk te horen dat ze meningen te berde brengen die niet gestoeld zijn op actuele kennis over het onderwijs. Er is weinig oog voor de internationale oriëntatie van het onderwijs, de flexibiliteit die de bachelor-masterstructuur met zich meebrengt en de dynamiek die het mogelijk maakt om snel in te spelen op de veranderde bouwopgave.

Alles goed en wel, zo werd vanuit de beroepspraktijk gehoord, maar het vakmanschap van de afgestudeerden aan de Nederlandse opleidingen ligt in de internationale vergelijking toch echt niet op het gewenste niveau.

De discussie mondde uit in een oproep een constructieve houding aan te nemen. Onderwijs noch beroepspraktijk zijn gebaat bij gesteggel. Het is zaak de energie en de denkkracht in te zetten om goede vakmensen op te leiden voor de beroepspraktijk van morgen.

Over tien jaar
Hoe de beroepspraktijk er over pakweg tien jaar precies uitziet, weet niemand. Maar, zo veel is zeker, de beroepspraktijk voor architecten is in verandering en staat nog voor grote veranderingen.  De architecten en de medewerkers op de architectenbureaus van de toekomst worden nu al opgeleid en moeten voorbereid zijn op de architectenpraktijk van morgen. Wat moeten we, onderwijs en beroepspraktijk, doen om de vakmensen te krijgen die de bouwopgave van de toekomst aan kunnen? Die kunnen werken in een veranderende omgeving? Die nieuwe mogelijkheden voor architecten zien en weten te benutten?

In de plenaire discussie kwam deze centrale vraag niet helemaal uit de verf. Al zijn er wel waardevolle elementen aangedragen. Verschillende malen was het pleidooi te horen om terug te keren naar de kern van het vakgebied. Gewapend met een onderscheidend en stevig pakket aan kennis, vaardigheden en competenties moeten de vakmensen in opleiding de veranderende bouwopgave te lijf kunnen gaan. Een onderzoekende houding is daarbij van grote waarde.

Verwachtingen en verantwoordelijkheid
De beroepspraktijk mag niet verwachten dat afgestudeerden onmiddellijk, altijd en overal inzetbaar zijn. Dat is geen reële verwachting. Een goed begeleide entree in de beroepspraktijk en permanente beroepsontwikkeling zijn onmisbaar. Daarin heeft de beroepspraktijk ook een eigen verantwoordelijkheid.

Hoewel het soms hard tegen hard ging, was er wel een algemeen gedeelde opvatting. Het is noodzakelijk dat onderwijs en beroepspraktijk met elkaar in gesprek blijven en zich bij elkaar betrokken weten.

Tags Jonge architecten

Meer nieuwsoverzicht RSS

Inloggen

Log in met uw BNA-lidnummer  en wachtwoord.

Advertentie